Alleen de preek
In deze coronatijd zijn veel kerkgangers thuisblijvers geworden. Online volgen ze de kerkdiensten. Hun gemiddelde ‘kijktijd’ blijkt slechts 13 minuten te zijn. Die 13 minuten zijn niet voor de cantorijleden die de liederen zingen, ook niet voor het orgelspel voor de dienst, maar voor de preek. Ik besef: het is vloeken in de kerk om dat op deze plek te zeggen. Een pijnlijke werkelijkheid! Voor de kerkmusicus die goed voorbereid voor de muziek zorgt. Voor de zangers. Voor Het Kerklied.

Alleen maar luisteren?
Misschien vergeten we als liefhebbers van het kerklied iets. We vergeten dat zelf muziek maken iets heel anders is dan kijken naar zingende mensen. Die kijkers zijn na één of twee coupletten wel klaar met het lied dat jij vol overgave staat te zingen. Zelfs als ze de tekst helemaal mee kunnen lezen. Zingen in de kerk is vooral zèlf zingen. Alleen maar mogen luisteren, meelezen en zelfs meeneuriën (met je lippen stijf op elkaar) kunnen daar niet aan tippen. Voor kerkgangers die graag zingen, is een kerkdienst met voorzang behelpen.

De ‘doorzappers’
En dan zijn er ook nog mensen die helemaal niet van zingen houden. Die ook toen nog niemand covid-19 kende, liederen in een kerkdienst al een noodzakelijk kwaad vonden. Zij zullen niet zo gauw op deze website terecht komen. Voor hen is deze column ook niet bedoeld. De column is voor ons, liefhebbers van zang en muziek. Voor ons die ervan overtuigd zijn dat zingen twee keer bidden is. Voor wie prachtige preken houden (of horen) over de snaren in je ziel die geraakt worden bij het horen van muziek. Laten wij ze niet uit het oog verliezen, die gemeenteleden voor wie muzikale intermezzo’s ‘doorzap’-momenten zijn.

Tot besluit een troostrijke gedachte. Sommige kerkgangers blijven nu liever thuis, want thuis kun je tenminste uit volle borst meezingen…

Els van der Wolf-Kox
september 2020