Week 47 - Dag 6
Vrijdag – navolging
Tegoed aan overvloed
Psalm 119 : 110
Nooit ben ik weggedoold van wat gij hebt verordend,
al legden boosdoeners mij een strik.
I
Jeremia 47 1-3
De HEER richtte de volgende woorden tot de profeet Jeremia over de Filistijnen, voordat de farao Gaza innam. ‘Dit zegt de HEER: Kijk! Het water zwelt aan uit het noorden, het wordt een allesverwoestende stortvloed. Het overstroomt het land en al wat er leeft
Uw recht is als de bergen vast,
uw oordeel als de vloed die wast,
tot schrik van alle volken
Psalm 36 : 2
II
2 Kronieken 31 4.5.10
Het volk droeg hij op hun bijdrage af te staan voor het onderhoud van priesters en Levieten. De Israëlieten stonden met gulle hand vruchten af en leverden ruimhartig een tiende van hun oogst in. ‘De HEER heeft zijn volk wel gezegend, dat we zoveel hebben kunnen overhouden.’
De velden deelt Hij van zijn overvloed,
de HERE die ons zegent met zijn goed
Psalm 85 : 3
III
Handelingen 23 6.11.12
‘Broeders, ik ben een Farizeeër uit een geslacht van Farizeeën en ik sta hier terecht omwille van de verwachting dat de doden zullen opstaan!’ ‘Houd moed! Want zoals je in Jeruzalem getuigenis hebt afgelegd, zo moet je ook in Rome van mij getuigen.’
schept nieuwe moed, de wolken die gij vreest,
zijn zwaar van overvloed, van zegen die geneest
Gezang 447 : 3













