Op weg naar een nieuw liedboek - Beknopte versie van de nota 'Een nieuw liedboek'
In het voorjaar van 2007 gaven de Protestantse Kerk in Nederland, de Algemene Doopsgezinde Sociëteit, de Broederschap der Remonstranten en de Vrijzinnige Geloofsgemeenschap NPB aan de Interkerkelijke Stichting voor het Kerklied (ISK) de opdracht een nieuw liedboek samen te stellen dat kan bijdragen aan de eenheid van de kerk. Hieronder volgt, enigszins bewerkt en bekort, het eerste hoofdstuk van de nota van de ISK op basis waarvan de besluitvorming van de genoemde kerken tot stand kwam.
Noodzaak van een nieuw liedboek
De verschijning van het Liedboek voor de kerken in 1973 was een mijlpaal in de ontwikkeling van het kerklied in Nederland. Het boek vond een goede ingang in de kerken en daarbuiten. Inmiddels is het meer dan dertig jaar oud. Sinds de uitgave van het Liedboek zijn veel nieuwe liederen verschenen in officiële en niet-officiële kerkelijke bundels en in andere uitgaven. Al geruime tijd wordt er niet meer uitsluitend uit het Liedboek gezongen.
De ontwikkelingen geven niet alleen een vernieuwing, maar ook een verbreding van het repertoire te zien. Door de pluriformiteit van de kerk hebben ook andere liedstijlen hun intrede gedaan. Naast het meer traditionele lied is er behoefte aan andersoortige liederen. Hierbij valt niet alleen te denken aan liederen die ontstaan zijn in bepaalde religieuze bewegingen, maar ook aan wat de wereldoecumene heeft gebracht. Bevat het Liedboek nagenoeg uitsluitend Europese liederen, nu worden ook vaak liederen uit andere werelddelen in de eredienst gezongen.
Naast de vernieuwing en verbreding van het liedrepertoire is er nog een derde aspect dat een nieuw liedboek noodzakelijk maakt. In de afgelopen dertig jaar heeft de liturgie in de kerken zich ontwikkeld en is er behoefte ontstaan aan zogenaamde liturgica: vaste gezangen, acclamaties, etcetera.
Het verzamelen van een gezamenlijke liederenschat en het bijeen brengen daarvan in een nieuw liedboek bevordert de eenheid van de kerk. Liederen gaan over grenzen van de kerkelijke tradities en denominaties heen. De arbeid aan een nieuw liedboek versterkt de zoektocht naar meer samenhang en een kerkelijk liedboek versterkt die samenhang; ook als verschillende groepen binnen de kerk heel verschillende voorkeuren zullen hebben voor liederen uit dit boek, is en blijft het toch één gezamenlijk boek waaruit gezongen wordt. Een kerk die zingt voegt zich tezamen tot een gemeenschappelijke klank, waarin ieder met de eigen stem en toon onmisbaar is. Eén gezamenlijk liedboek geeft uitdrukking aan eenheid in verscheidenheid.
Visie op een nieuw liedboek
De eredienst is weliswaar het eerste, maar zeker niet het enige verband waarin een toekomstig liedboek zal functioneren. Als mogelijke ‘leefkringen’ van een toekomstig liedboek vallen te noemen:
- eredienst op zon‑ en feestdagen;
- overige gemeentevieringen en vieringen in kleinere kring, in het bijzonder de getijden;
- pastoraat;
- meditatie.
Het gebruik van een liedboek in deze verschillende ‘leefkringen’ vraagt om diversiteit in vormen: naast de strofische vorm (het coupletlied) ook open vormen, zoals beurtzangen en canons. Voor gebruik in het pastoraat en voor persoonlijke meditatie is opname van een aantal teksten zonder muziek (bijbelteksten, gebeden en meditatieve teksten) wenselijk. De ‘leefkringen’ worden in de opzet van het boek met elkaar verweven; immers, een lied kan in uiteenlopende situaties worden gebruikt.
Het wordt dus een boek om uit te zingen, mee te bidden en te mediteren, een ‘Gesang- und Gebetbuch’. Voor dit karakter van het boek zijn in Duitsland en in Zwitserland verschenen gezangboeken (1993 en1998) goede voorbeelden.
Uit veel bestaande bundels zullen liederen worden geselecteerd. De bedoeling is dat zeer diverse gemeenten van de vier genoemde kerken zich thuis zullen voelen bij de keuze van liederen. Het nieuwe liedboek zal op die manier een beeld moeten zijn van een pluriforme kerk.
Het nieuwe liedboek zal bevatten:
1. Een afdeling met psalmen, waarin de Psalmberijming van 1967 wordt opgenomen. Dit psalter behoort onmiskenbaar tot het culturele en liturgische erfgoed van de Nederlandse protestantse kerken. Ook als een aantal van deze psalmen in geen enkele gemeente gezongen zou worden, willen wij dit gehele psalter als bijbels liedboek in ere houden en integraal opnemen. Naast deze berijmde psalmen zal ook een groot aantal onberijmde en nieuw berijmde psalmen opgenomen worden, zoals bijvoorbeeld psalmen uit ‘Gezangen voor Liturgie’ en uit de uitgave ‘Voor de Kinderen van Korach’. De keuze van deze psalmen zal sterk bepaald worden door hun bruikbaarheid in de kerken.
2. Een keuze uit de gezangen uit het Liedboek. Enerzijds de ‘klassiekers’ van het ‘nieuwe Nederlandse kerklied’, die in de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw zijn ontstaan; anderzijds een keuze uit de oude liederen, die een sprekend voorbeeld zijn voor hen die ons door de eeuwen heen zingend zijn voorgegaan.
3. Een keuze uit liedboeken van andere kerken en uit verschillende tradities en bewegingen in de kerken in Nederland. Hierbij is te denken aan bundels zoals ‘Gezangen voor Liturgie’, ‘Evangelische Liedbundel’, ‘Oud-Katholiek Gezangboek’, ‘Zingend Geloven’, ‘Tussentijds’, ‘Verzameld Liedboek’ (Huub Oosterhuis), ‘Eva’s lied’, ‘Zingende Gezegend’ (André Troost) en uitgaven van de basisbeweging.
4. Een keuze uit eventueel opnieuw te vertalen liederen uit het buitenland. Hierbij valt te denken aan liederen uit recent verschenen gezangboeken uit het buitenland, maar ook aan liederen uit Taizé en Iona en aan liederen die in internationaal-oecumenisch verband belangrijk zijn geworden, zoals op de assemblee van de WCC in Brazilië. Zingenderwijze ontstaan verbanden ook over de grenzen van nationaliteiten heen en wordt de gemeente van Jezus Christus tot één wereldwijde gemeenschap.
5. Kinder-, jeugd- en tienerliederen. Het ontbreken van deze liederen in het Liedboek wordt allang als gemis ervaren. Er zal een eigen repertoire van dergelijke liederen worden opgenomen. Deze liederen moeten een zodanig niveau hebben dat zij door de hele gemeenschap kunnen worden meegezongen zonder dat iemand zich tekort gedaan voelt. Deze liederen zullen daarom ook niet in een aparte rubriek, maar in de verschillende rubrieken van een nieuw liedboek worden opgenomen.
6. Liturgica: de liturgische praktijk van onze tijd vraagt om te zingen varianten voor vaste elementen uit de orde van dienst (gezongen drempelgebeden, acclamaties, tafelgebeden, etcetera).
7. Verder materiaal dat een wezenlijke bijdrage kan leveren aan de gemeentezang. Hierbij valt mede te denken aan canons en zangspreuken (bijvoorbeeld als refrein bij een gesproken tekst). Het zijn zangvormen die de eredienst en andere bijeenkomsten kunnen verlevendigen.
8. Gebeden en teksten voor meditatie, niet op muziek gezet. Het nieuwe liedboek is mede bedoeld als persoonlijk meditatieboek voor de stille kamer thuis. Meditatieve teksten kunnen, naast liederen, ook een belangrijke functie vervullen in het pastoraat. Een dergelijke gebruik van een liedboek is in Nederland nieuw. In de gereformeerde traditie was een liedboek zeer lang nagenoeg uitsluitend voor gebruik in de eredienst bestemd. In een nieuw liedboek zullen ook meditatieve teksten worden opgenomen in verband met de toegenomen behoefte daaraan voor het persoonlijke geloofsleven.
Procedure van samenstelling
1. Er is inmiddels een coördinator aangesteld door de ISK: ds. Pieter Endedijk. De coördinator heeft de dagelijkse leiding van het redactieproces en treedt initiërend op met betrekking tot de beproeving van een nieuw liedboek of delen ervan.
2. Er zal een redactie worden gevormd die wordt bijgestaan door een aantal redactionele werkgroepen met een deelopdracht. De ISK oriënteert zich hierbij op het model dat bij de samenstelling van de tweedelige uitgave ‘Dienstboek – een proeve’ van de Protestantse Kerk in Nederland zinvol is gebleken. De leden van de werkgroepen bestaan uit deskundigen op diverse terreinen (theologie, hymnologie, liturgiek, kerkmuziek) die een aantoonbare affiniteit hebben met de vragen betreffende een nieuw liedboek. De coördinator is lid van alle werkgroepen. In de werkgroepen zijn diverse kerkelijke stromingen vertegenwoordigd. De voorzitters van de werkgroepen vormen een redactie, waaraan een voorzitter, een secretaris en de coördinator worden toegevoegd. Deze redactie laat zich bijstaan door adviseurs op het gebied van tekstredactie, muziekredactie en –notatie, auteursrechten en zettingen.
3. Het is niet eenvoudig op voorhand gedetailleerde uitgangspunten voor de selectie van liederen te formuleren. Niettemin zal duidelijk zijn dat aan liederen – willen ze voor opname in de bundel in aanmerking komen – minimale eisen gesteld mogen worden wat betreft tekst, muziek, liturgische functionaliteit en theologie. Voor de tekst valt bijvoorbeeld te denken aan eenvoud, beeldend vermogen, evocatief of belijdend karakter; voor de muziek aan zingbaarheid en memorabiliteit. Ook de verhouding tussen woord en toon behoeft aandacht: waar gemeentezang primair volkszang is, moet de melodie de liedtekst dragen. De beoogde gekwalificeerde en breed samengestelde redactie zal gaandeweg het redactieproces de selectiecriteria nader ontwikkelen, preciseren en toepassen.
4.Door de deelnemende kerken zal een aantal supervisoren worden benoemd, naar analogie van de in de voorbereiding van de ‘Nieuwe Bijbelvertaling’ gevolgde werkwijze. De supervisoren vertegenwoordigen samen met de desgewenst door hen te vormen klankbordgroepen de toekomstige gebruikers van het boek. De supervisoren zullen het werk van de redactionele werkgroepen van commentaar voorzien. Zij hebben een adviserende functie.
Naast deze ‘formele’ kerkelijke weg zijn ook andere vormen van uitwisseling met toekomstige gebruikers mogelijk en wenselijk. Daarbij kan gedacht worden aan informatiebulletins, deelkaternen als proeve, landelijke of regionale zangdagen en wellicht ook CD’s.
Er zal niet alleen begeleidend materiaal moeten zijn, maar ook begeleidingsmateriaal. De ervaring leert dat in de meeste gemeenten de introductie van nieuwe liederen pas mogelijk is als er instrumentale en/of vocale zettingen beschikbaar zijn.
Ook de mogelijkheden van internet en e-mail kunnen hiertoe worden benut. De infrastructuur van de website van de ISK (www.kerklied.net) biedt met het oog daarop voldoende mogelijkheden.
