Het lied op andere lippen

Pieter Endedijk

In kerkelijke gemeenten kunnen heftige discussies ontstaan over de grenzen van kerkmuziek en kerklied. Persoonlijke voorkeuren spelen dan een belangrijke rol. We beperken ons in dit artikel tot het kerklied. Wat maakt een lied tot kerklied? Zijn daar criteria voor?

Tussen gevoel en verstand
In het TV-programma 'Tussen kunst en kitsch' worden (vermeende) kunstwerken uit het privé-bezit van mensen onderworpen aan het oog van de kunstkenner. Vaak heeft het getoonde werk voor de eigenaar of eigenares een hoge emotionele waarde: het komt bijvoorbeeld uit een erfenis of er wordt een belangrijke herinnering aan verbonden, dat met enige nostalgie wordt genoemd.

De kunstkenner geeft een toelichting bij het object, vertelt over de eventuele kunsthistorische betekenis en tenslotte wordt een taxatie gedaan, een waardeoordeel gegeven. Soms is die waarde voor de ander teleurstellend laag ("de lijst is meer waard dan het schilderij, mevrouw"), maar meestal zal de eigenaar of eigenares de waarde op een andere manier taxeren: de emotionele waarde is toch niet in geld uit te drukken.

Ondanks de mildheid en de wijsheid waarmee de kunstkenner in deze programma's zijn oordeel geeft, bespeurt men altijd een zekere tegenstelling: de kunstkenner spreekt ánders over het kunstwerk dan de eigenaar of eigenares. Verstand en emotie spelen hierbij een rol, ze staan niet tegenover elkaar, maar er treedt een wisselwerking op. De kunstkenner zal niet alleen afstandelijk over een kunstwerk spreken, maar ook met gevoel, met emotie. Het kunstwerk raakt hem, het laat hem niet koud. Juist daarom heeft hij zich in dit vak gespecialiseerd! Maar ook zal hij zijn afkeer, negatieve emoties, zo nodig kunnen én moeten verwoorden, want daarvoor wordt hem om advies gevraagd. Hij is immers de kenner.

Er liggen opvallende overeenkomsten tussen dit TV-programma en de discussie die vaak in gemeenten ontstaat, soms ook ruzie, over de vraag welke liederen gezongen worden en verlangens ten aanzien van liederen die men graag wil zingen.

In die discussies vechten verstand en gevoel, ratio en emotie vaak om de eerste plaats. Maar meestal verstaan mensen elkaar dan niet, er wordt gesproken op verschillende golflengtes.
Hoe ga je hier mee om?

Meer dan het Liedboek
Wat zijn de redenen om buiten de officiële kerkelijke bundel om te gaan? Enkele aspecten:

  1. Na de verschijning van het Liedboek is de productie van nieuwe liederen doorgegaan.
  2. Gemeenten zijn vaak pluriform van karakter; daardoor is er niet alleen een vraag naar andere liederen, maar vooral ook naar andersoortige liederen, met een ander taalgebruik en een ander muzikaal idioom.
  3. Het Liedboek kent alleen strofische liederen. Er zijn ook andere vormen van liturgische zang die op bepaalde momenten in de liturgie beter functioneren.
  4. In onze tijd wordt een sterk accent gelegd op 'beleving'. De mate van beleving lijkt het enige criterium te worden. Velen zoeken liederen waaraan zij iets 'beleven' en dat missen zij vaak in de officiële kerkelijke bundel.

Maar is alles dan inhoudelijk aanvaardbaar? Zijn er criteria om goed en slecht te onderscheiden? Kunnen verschillende tradities samengaan of sluiten ze elkaar ook uit?

Criteria?
Er zijn vele pogingen gedaan om criteria te ontwerpen, waardoor men goed en slecht van elkaar kan onderscheiden. Criteria gaan uit van meetbare grenzen, normen. Maar je kunt moeilijk aan de hand van concrete criteria 'bewijzen' dat een lied goed of slecht is. We kunnen ook niet 'bewijzen' dat Rembrandts 'Nachtwacht' een goed schilderij is. Maar iedereen zal dat toch beamen.

Toch valt er meer over te zeggen. Evenals de kunstkenner gaat de kenner van het kerklied, de hymnoloog, uit van bepaalde oriëntatiepunten: taal, theologie en muziek, niet los van elkaar, maar vooral in samenhang.

In de redactionele arbeid voor de serie Zingend Geloven werd bij beoordeling van een lied eerst de tekst als een gedicht voorgelezen en gehoord. Dan ontstond een gesprek, niet alleen over de inhoud (wat wil de dichter zeggen, is dat eenduidig), maar ook werd de poëtische kracht van de tekst getoetst, zoals gebruik van klankrijke klinkers, gebruik van beeldtaal.

Als voorbeeld een fragment uit een tekst van Hein Stufkens, een moderne versie van een oud Latijns gezang, het 'Stabat Mater'. Vooral de 'oe'-klanken in de derde strofe geven een klankrijk resultaat:

Die hem ooit op handen droegen
zijn dezelfden die hem sloegen
en die vroegen om zijn dood.
(Zingend Geloven 8, lied 12)

Als de tekst was besproken, werd de melodie bestudeerd. Is deze zingbaar, logisch qua opbouw, maar ook verrassend en te onthouden? Vormen tekst en melodie een goede eenheid? Een goede melodie tilt een tekst op: de woorden gaan leven op de vleugels van de melodie.
Dit beoordelingswerk is wel vakwerk: werk van theologen, taalkundigen, musici.

Betekenis
Een kerklied gaat niet leven doordat het op papier gedrukt staat, een kerklied komt tot leven als het gaat klinken in de gemeente. Dan kan het voor mensen betekenis krijgen.

Misschien nog iets scherper geformuleerd: de kwaliteit van een lied, of het ontbreken daarvan, wordt herkenbaar binnen een liturgische praktijk. De kwaliteit van een lied is dan geen absoluut begrip meer, maar relatief, in relatie tot de context waarbinnen het tot klinken komt.

Met een ander voorbeeld kan dit duidelijk worden. De liederen uit Taizé zijn in Nederland inmiddels algemeen bekend geworden. Niet iedereen is daar enthousiast over. Sommigen vinden het zouteloze samenklanken, eindeloze herhalingen van simpele wijsjes. Als je in de liturgie een lied uit het Liedboek vervangt door een Taizé-lied, dan merk je dat er iets niet klopt. Maar een Taizé-lied kan bijvoorbeeld wel heel goed functioneren als acclamatie bij gebeden, dus als er een liturgische handeling plaatsvindt. Zo zongen ruim vijfduizend mensen op de kerkdag van 12 juni 2004 bij de gebeden: 'Veni Sancte Spiritus, tui amoris ignem accende.' (vert.: 'Kom, heilige Geest, ontsteek het vuur van uw liefde'; o.a. te vinden als Liturgisch Gezang 149 in het Dienstboek, deel I en als nr. 152 in de Evangelische Liedbundel). Het was het juiste lied (vanwege de thematiek van de dag) op de juiste plaats in de viering. En zo kreeg het voor iedereen betekenis, kwaliteit.

Dit alles geldt ook voor liederen uit andere kerkelijke en liturgische tradities: het Oosterhuis-lied, het Iona-lied, het evangelisch lied. Deze liederen worden pas verstaan, kunnen pas betekenis krijgen, als zij in de daarbij horende liturgische context gaan klinken.

Beleving
De kwaliteit van een lied wordt ontdekt als het lied binnen een bepaalde liturgische context gaat functioneren, niet los staat van andere elementen. Dan kan dat lied betekenis krijgen voor mensen, en kunnen mensen dat ook ervaren, beleven.

In onze post-moderne maatschappij speelt 'beleving' een belangrijke rol. (zie: Anton Vernooij: 'Liturgische muziek en beleving – Kwaliteiten van een actueel liturgisch-muzikaal repertoire', in: Gregoriusblad, jaargang 128, nr. 1, maart 2004, blz. 3) Er wordt zelfs gesproken over een 'belevingscultuur', zoals elke sportverslaggever begint met de vraag: 'wat ging er door je heen?' Een vraag die niet of nauwelijks te beantwoorden is.

'Emotie' en 'beleving' zijn verwante termen. 'Emotie' is individueel. 'Beleving' gaat uit van het individu, maar is gericht op gezamenlijkheid: gedeelde emoties.

Een fraai voorbeeld van de wisselwerking tussen 'emotie' en 'beleving' was de huwelijksviering van prins Willem-Alexander en prinses Máxima: een lied riep bij de bruid sterke emoties op en miljoenen zagen het op de TV in hun huiskamer (dit voorbeeld noemt Vernooij n.a.v.: E. de Jong: Een koninklijk gemengd kerkelijk huwelijk, in: Tijdschrift voor Liturgie, jaargang 86, nr. 3, mei 2002, blz. 161). Er ontstond een sterke beleving, een gezamenlijk gedeelde emotie. Door het emotionele effect werd het zelfs zodanig geïsoleerd, dat velen zich alleen nog dat moment van de dienst herinneren.

De belevingscultuur roept een sterke betrokkenheid op, maar het heeft ook een negatief effect: want ik moet het beleven. De belevingscultuur is ik-gericht. Je ziet dan ook dat in onze maatschappij het solidariteitsbegrip, de gemeenschappelijk verantwoordelijkheid steeds minder gewicht heeft. De gemeenschap, het gemeenschapsgevoel dreigt uiteen te vallen. En juist 'gemeenschap' is de kracht van de plaatselijke kerk: het is een geloofsgemeenschap.

In de gemeente
De belevingscultuur en de kerk als geloofsgemeenschap kunnen op gespannen voet met elkaar staan. Individualisering leidt tot versnippering van de liturgie. De liturgie versnippert als aparte groepen eigen voorkeuren opeisen. Vaak probeert men de eenheid, de gemeenschap, te bewaren door aan verschillende groeperingen tegemoet te komen. Maar wie kiest voor 'elk-wat-wils' ontdekt dat er spoedig een kleurloos geheel kan ontstaan, een gemeente zonder eigen profiel.

De gemeente is geen verzameling van individuen. En het lied dat wij zingen is niet op mij als individu gericht, ik ben deel van een geloofsgemeenschap.
Sytze de Vries heeft in één van zijn liederen geschreven:

Al is mijn stem gebroken.
mijn adem zonder kracht,
het lied op and're lippen
draagt mij dan door de nacht.
(Zingend Geloven 3, lied 30)

In deze woorden zit het geheim van het zingen: het lied op andere lippen draagt mij door de nacht. Hoe zou ik gedragen worden als de geloofsgemeenschap ontbreekt en ik alleen op mijn eigen beleving ben aangewezen?

Het is een ware uitdaging om met elkaar in gesprek te gaan en te zijn rond de vraag: wat is de bandbreedte van onze gemeente? Waarin zijn wij herkenbaar. Wat kiezen we wel en wat kiezen we niet? Het gesprek daarover zal zorgvuldig en met veel respect voor elkaar gevoerd moeten worden.

De emotionele waarde die een lied bij een individu kan hebben (bijvoorbeeld omdat het op de begrafenis van oma werd gezongen, en daardoor roept dat lied altijd de herinnering aan oma op) kan nooit voor iedereen gelden, wordt dus niet algemeen geldig. Verstand en gevoel, ratio en emotie sluiten elkaar niet uit, maar worden op elkaar betrokken.

Terug naar de kunstkenner: hij wijst op verschillende aspecten van het kunstwerk, wijdt ons in in de geheimen ervan. Predikant en kerkmusicus kunnen ons inwijden in de geheimen van het kerklied, het zingend geloven. Zij kunnen veel leren van de mildheid, wijsheid én humor van de kunstkenner in het TV-programma 'Tussen kunst en kitsch'.

Dit artikel verscheen eerder in Ouderlingenblad, oktober 2004 en in Muziek & Liturgie, maart 2005

Pieter Endedijk – 2 juni, 2005 – 23:53